Braille maakt onafhankelijk
Over het leren van braille door mensen die op latere leeftijd blind of slechtziend geworden zijn wordt al vele jaren gediscussieerd.
Voorstanders vinden dat ouderen de kans moeten krijgen om braille te leren als ze erom vragen. Immers, volwassenen zijn zelf wel in staat om beslissingen te nemen. Anno 2007 zou een goed overwogen keuze gehonoreerd moeten worden.
Tegenstanders, de hardnekkigste protesten komen uit de hulpverlenershoek, vinden dat ouderen en dan denkt men al gauw aan volwassenen boven de 40 jaar niet of nauwelijks meer in staat zijn om braille te leren. Ze hebben te weinig gevoel in de vingers en ze missen de intellectuele flexibiliteit die jongeren bezitten.
Aangezien er geen onderzoek bekend is dat één van beide standpunten kan ondersteunen sluit ik me zonder aarzeling aan bij de voorstanders. Waarom?
Het blijkt dat mensen met een visuele beperking zich zelfstandiger voelen omdat ze braille beheersen; ze vinden dat ze minder afhankelijk zijn van anderen.
Voor het artikel ‘De acceptatie van braille door mensen die op volwassen leeftijd Braille leerden’voerde ik gesprekken met 36 informanten. Allen hadden in een ver of minder ver verleden zwartdruk gelezen en allen leerden braille, sommigen voor hun veertigste jaar maar een groot aantal was zelfs ouder dan 55 toen ze de eerste braillelessen kregen.
Op de vraag ‘Wat betekent het voor u dat u braille kunt lezen’ antwoordde het merendeel dat ze zich door het beheersen van het braille veel zelfstandiger voelden.
Enkele uitspraken:
- ‘Braille betekent dat ik toch weer zelfstandig allerlei dingen kan doen, dat ik niet afhankelijk ben van technische apparaten.’
- ‘Het betekent voor mij dat ik een stukje zelfstandiger ben en minder vaak een beroep hoef te doen op huisgenoten of op andere mensen.’
- ‘Braille geeft mij het gevoel dat ik altijd toegang kan houden tot teksten.
- ‘Het betekent dat ik gewoon verder heb kunnen functioneren in mijn werk.’
- ‘Als ik bijvoorbeeld mijn giro’s niet meer in braille krijg dan mis ik een stuk zelfstandigheid.’
- ‘Braille is heel praktisch, ik gebruik het iedere dag. Ik heb een telefoonklapper en nog veel meer in braille. Het gaat vaak handiger en sneller dan met een computer. Het geeft me zelfstandigheid en zekerheid.’
- ‘Ik kan nog een heleboel zelf en het overgrote deel van de mensen die hier wonen kunnen dat niet’.
- ‘Ik ben niet altijd afhankelijk van een gesproken boek, je kunt toch niet hele dagen naar boeken luisteren?’
- ‘Het is toch te gek dat er velen zijn die zelfs voor het opzoeken van een telefoonnummer iemand nodig hebben? Dit kan iedereen wel leren in braille.’
Bovenstaande citaten spreken voor zich. Hoeveel slechte ervaringen hulpverleners hebben met volwassenen die braille leerden weet ik niet, maar eigenlijk is dat ook niet belangrijk. iedereen die op volwassen leeftijd braille wil leren en goed gemotiveerd is moet met open armen door de regionale instellingen van Bartiméus, Sensis en Visio ontvangen worden.
Want, welk recht hebben hulpverleners om mensen met een leervraag af te wijzen?
Hoe kunnen zij precies weten of iemand braille kan leren?
Bij sommige regionale instellingen worden volwassenen die om braille vragen zelfs direct afgewezen zonder dat er naar ze geluisterd is. Onder degenen die meededen met de interviews bevonden zich twee volwassenen met het syndroom van Usher. Dit betekent dat langzaam maar zeker niet alleen het gezichtsvermogen maar ook het gehoor achteruitgaat.
Zij moesten bedelen om braillelessen. Een schande! De enige mogelijkheid om te communiceren die voor hen overblijft is braille.
En niet alleen zíj werden in eerste instantie afgewezen. Tien van de 36 geïnterviewden moesten hun braillelessen ergens anders halen dan bij de regionale instellingen. Zij kregen lessen van vrijwilligers, vaak lotgenoten of zij leerden het zichzelf.
Stel dat er bij een regionale instelling tien aanmeldingen komen voor braillelessen en dat er uiteindelijk twee zijn die vervolgens het braille gaan gebruiken, dan is dit een prachtig resultaat; twee mensen die er heel veel plezier van hebben en die zich door de beheersing van het braille zelfstandiger voelen.
Degene die heel graag braillelessen wil is goed gemotiveerd. Hij zal het zeker leren. ‘Read untill you bleed’, schreef Jerry Whittle, een brailleleraar die verbonden is aan het Louisiana Center for the Blind in de Verenigde Staten. Hij geeft al vele jaren braillelessen aan volwassenen.
In goed Nederlands heet dit iets subtielers: ‘oefening baart kunst’.
Het draait bij brailleleren om motivatie. Wanneer mensen die op latere leeftijd blind of slechtziend worden of geworden zijn, weten wat de mogelijkheden zijn die de kennis van braille met zich meebrengt dan kunnen ze een weloverwogen beslissing nemen.
Echter, op dit moment kent bijna niemand meer de voordelen, alleen een handjevol gebruikers van braille.
Het wordt hoog tijd dat organisaties voor de revalidatie van blinden en slechtzienden de hand in eigen boezem steken en dat ze zich bewust worden van de mogelijkheden die braille biedt.
Mogelijkheden die, juist in deze tijd van vernieuwingen verder reiken dan de ouderwetse rammelende braillemachine.
Tonny van Breukelen

