Lettergrootte:

Notulen Algemene Ledenvergadering 2007

Notulen van de Algemene Ledenvergadering (ALV) van NLBB Vereniging van Leesgehandicapten

Datum: 16 juni 2007

Gehouden te Hotel Babylon te Den Haag

Aanwezig:

Bestuur: Dr. J.E. Andriessen (voorzitter)

Mr. Drs. L. Dijk (penningmeester)

Mw. Drs. J.J. Toxopeüs-de Koning (secretaris)

Mr. R.E. Groeneveld

Directeur: Drs. A. Schipper

Afwezig met kennisgeving: Mw. E.C. van der Meulen en Mr. A.N. Leeflang

Er zijn 114 aanwezigen, waarvan 68 leden stemgerechtigd.

1. Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, met name de voormalige medewerkers van de NLBB. Hoewel zij nu werken bij het Loket aangepast-lezen zijn ze vandaag toch aanwezig om het contact met de leden van de NLBB te behouden en hun medewerking te verlenen aan de ALV. De voorzitter merkt op dat er veel op de agenda staat en omdat aansluitend het symposium wordt gehouden zal er weinig tijd overblijven om uitgebreid op vragen in te kunnen gaan. Hij verzoekt de leden dan ook om vragen die met het gebruik van de bibliotheek te maken hebben na de vergadering aan de medewerkers van het Loket aangepast-lezen te stellen.

2. Notulen van de ALV 17 juni 2006 en 25 november 2006

De heer G.M. Van Meurs uit Hendrik Ido Ambacht heeft enige opmerkingen van tekstuele aard over de notulen, deze zullen worden verbeterd in de definitieve versie. Mevrouw L. Sluijter uit Duivendrecht moest glimlachen om de notitie ‘de leden hebben besloten’ volgens haar ging het hier om een besluit van de Minister waar de leden geen invloed op hebben. De notulen worden onder dankzegging aan de notulisten goedgekeurd en vastgesteld.

3. Ontvangen legaten en erfstellingen

In het jaar 2006 is bij de Stichting Vrienden van de NLBB aan legaten en erfstellingen € 16.185 ontvangen. Er zijn verder geen vragen van de leden over dit agendapunt.

4. Ingekomen stukken en mededelingen

Bij de ingekomen stukken en mededelingen vraagt de directeur speciaal aandacht voor de brief van mevrouw C.M. Korver uit Den Helder die schrijft: ‘De behoefte van leesgehandicapten om onbeperkt te kunnen lezen is groot. Hoewel ik zelf geen braillelezer ben en dit ook niet meer kan worden, zou ik hierbij een stimulerend woord willen toevoegen ten behoeve van de braillelezers. Laat deze vorm van lezen extra aandacht krijgen!’ De heer L.F. Meijer uit Nijkerk heeft schriftelijk en telefonisch contact gehad met de directeur over het punt statutenwijziging.

De heer M. Mulder uit Rotterdam maakt zich zorgen over de inperking van de studiedienstverlening aan dyslectici door Dedicon. De directeur antwoordt dat hij deze opmerking serieus neemt, maar dat de studievoorziening niet past binnen de opdracht en taken van de NLBB. Daarnaast ontving de NLBB veel complimenten over het ledengeschenk van dit jaar, de cd met gedichten van Toon Hermans.

5. Jaarverslag 2006 en de verkorte jaarrekening 2006

De heer J.F.W. Smit uit Rotterdam merkt op dat hij het braille-onderzoek mist in het jaarverslag. Dit onderwerp wordt opgenomen in het jaarverslag 2007. Het Jaarverslag 2006 en de Jaarrekening 2006 worden goedgekeurd en vastgesteld.

6. Voorstel statutenwijziging

De voorzitter kondigt het punt van de statutenwijziging aan. Hij refereert aan de vorige extra Algemene Ledenvergadering op 25 november 2006, waarin besloten werd, dat de NLBB na de overdracht van haar bibliotheek verder gaat onder de naam NLBB Vereniging van Leesgehandicapten met een nieuwe en eigentijdse formulering van de oude missie gericht op de gewijzigde situatie. De voorzitter verwijst naar de uitvoerige informatiebrief van begin februari 2007 die alle leden van de NLBB hebben ontvangen en waarin alle nieuwe ontwikkelingen zijn samengevat. Hij geeft aan dat de statuten moeten worden aangepast aan de genomen besluiten en de nieuwe situatie. Daarbij geeft de voorzitter aan, dat de leden bij de vergaderstukken de belangrijkste wijzigingen in artikel 1 en 2 van de oude statuten en de concepttekst voor de notaris voor de nieuwe artikelen 1 en 2 hebben ontvangen. Daarna gaat het bestuur met de op- en aanmerkingen van de ALV naar de notaris.

De heer J.F.W. Smit uit Rotterdam verwijst naar de intentie van de NLBB om niet alleen een vereniging te zijn voor mensen met een visuele handicap, maar ook voor mensen met een leesbeperking, waarbij de NLBB voor hen gelijkwaardige toegang tot dezelfde bronnen van taal, kennis, cultuur en educatie nastreeft als goedzienden. Hij geeft als redactionele suggestie de zin: ‘als mensen die deze beperking niet hebben’. De voorzitter bedankt de heer Smit hiervoor. De heer L.F. Meijer geeft vervolgens aan dat hij enkele tekstuele wijzigingen voor de statuten heeft, omdat hij het gevoel krijgt dat de NLBB het werk van andere belangenverenigingen zou kunnen overlappen. Dat zou hij bezwaarlijk vinden. De directeur geeft in zijn reactie aan dat het absoluut niet de bedoeling is dat de NLBB met welke organisatie dan ook zal gaan concurreren. De NLBB staat voor haar eigen missie en doelstelling die begint bij de Haagse braillebibliotheek in 1893 om het lezen van lectuur en informatie mogelijk te maken voor blinden in hun eigen leesvorm. Deze doelgroep is later uitgebreid met slechtzienden en anderen die het gebruikelijke schrift niet kunnen lezen. In deze geest gaat de NLBB verder als landelijke vereniging van mensen met een leeshandicap. In het kader van alle ingrijpende veranderingen van de afgelopen tien jaar, dienen de statuten hoognodig geactualiseerd te worden. De laatste statutenwijziging dateert namelijk uit 1995. Toen was de Vereniging NLBB behalve een blindenbibliotheek ook nog een productiebedrijf. De heer Schipper geeft vervolgens aan, dat in de statuten bij het punt van statutenwijziging staat, dat wijzigingen vijf dagen van te voren op het kantoor in Den Haag ter inzage van de leden moeten liggen. De directeur geeft aan dat dit artikel nog dateert uit de Haagse tijd en inmiddels wonen de leden van de NLBB over het hele land verspreid. In plaats van dat de leden naar Den Haag moeten afreizen is in overleg met de juristen in het bestuur afgesproken, dat we de belangrijkste wijzigingen voor iedereen in gewone beleidstaal, dus nog geen juridische tekst, op papier zetten inclusief de betreffende artikelen uit de huidige statuten. Iedereen kan hierdoor dus vergelijken en inhoudelijk aangeven wat hij of zij ervan vindt. Daarbij beklemtoont de directeur, dat het alleen gaat om in de statuten weer te geven wat al besloten is op de afgelopen ALV en dat de tekst van de statuten dient aan te sluiten op deze veranderingen. Daarom hebben de leden opnieuw deze teksten bij dit punt ontvangen ten behoeve van de statutenwijziging.

De heer Meijer geeft aan dat in de statutentekst een duidelijke link moet worden gelegd naar de leeshandicap, waarbij hij vervolgens een aantal tekstvoorstellen doet die het bestuur meeneemt in haar overweging. De heer J. van der Hoest uit Maassluis zegt dat we een prachtige missie met ‘Onbeperkt lezen’ hebben, maar in de voorgestelde teksten ziet hij niet expliciet opgenomen dat ook de kwaliteit van de collectie van het Loket aangepast-lezen moet worden bevorderd. ‘Ik vind dat toch wel belangrijk om te zeggen dat er ook kwalitatieve boeken, bijvoorbeeld titels die niet tot de “mainstream” behoren toch in de collectie worden opgenomen’. De voorzitter zegt dat de heer Van der Hoest een verschrikkelijk belangrijk punt aansnijdt dat hij geheel onderschrijft, maar dit gaat over de bibliotheek die nu onder regie van het openbaar bibliotheekwerk valt. Van der Hoest reageert met de suggestie dat de NLBB met projecten en dergelijke de kwaliteit van de collectie kan bevorderen. Daarbij gebruikt de heer Van der Hoest het beeld, dat het Loket de pels is waarin de NLBB de luis is die prikt als dat nodig is. De heer Schipper onderschrijft deze visie en zegt dat de heer Van der Hoest op zijn wenken wordt bediend en verwijst daarbij naar de NLBB-brief van afgelopen februari. Daarin staat dat de NLBB de kwaliteit van de collectie van het Loket kan bevorderen door projecten op te zetten voor het toevoegen van titels aan de collectie. Via fondsenwerving kan de NLBB indirect bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de Loketcollectie. Mevrouw J.I.E. Bakker uit Voorschoten vraagt zich af of het woord ‘analfabetisme’ in de statuten komt. Zij is daar tegen, want dit begrip kan heel verwarrend werken, omdat een leeshandicap iets totaal anders is dan analfabetisme. Zij zegt: ‘Ik heb met analfabeten gewerkt en dat is volstrekt wat anders dan als je bijvoorbeeld door een ziekte of zo opeens niet meer kunt lezen. Het zijn volwassenen die je dan moet leren lezen’. Het is gewoon wat anders. Mevrouw Bakker krijgt bijval uit de zaal voor deze opmerking. Mevrouw L. Sluijter uit Duivendrecht vult haar aan: ‘Ik wou even reageren op die twee doelgroepen want die zijn toch heel erg verschillend. Mensen die een leeshandicap hebben, zoals ik bijvoorbeeld, zijn in ieder geval opgeleid (soms zelfs hoog opgeleid) en die konden lezen, alleen kunnen ze dat nu niet meer. Analfabeten, ik heb er zelf ook mee gewerkt, is een heel andere doelgroep, ik geloof niet dat je die twee doelgroepen samen kunt voegen’.

De directeur geeft aan dat leeshandicaps en analfabetisme zeker niet met elkaar verward mogen worden. De NLBB is er voor mensen met een leeshandicap. Maar als blijkt dat de NLBB ook voor analfabeten iets kan betekenen, dan moeten we dat niet nalaten. Maar we zijn er primair voor mensen met een leeshandicap, waarbij de doelgroepen van oudsher; blinden en slechtzienden, de kern vormen. Tot slot vraagt mevrouw Bakker of in de afkorting NLBB de laatste letter B nu ook een andere betekenis krijgt. De heer Schipper antwoordt dat de NLBB in de afgelopen eeuw een merknaam is geworden, net zoals het acroniem van de VPRO, waarbij mensen in de eerste plaats denken aan goede tv in plaats van een vrijzinnig protestantse radio-omroep. De heer Leo Dijk geeft aan het een boeiende vraag te vinden wie analfabeet is of leesgehandicapt en dergelijke. Hij verwijst naar zijn oma die aan Parkinson leed en met haar kromme vingers geen bladzijde kon omslaan. Maar zij was buitengewoon gelukkig met het gesproken boek, hoewel ze nog wel goed kon zien. Zijn opmerking dat wij ook voor deze mensen van betekenis zijn wordt met applaus onderschreven. De heer G.M. van Meurs wijst op een taalkundige onjuistheid in de tekst.

De voorzitter vraagt of er nog meer vragen zijn in de zaal. De directeur vraagt of het Bestuur mandaat krijgt de statuten af te handelen met de notaris, waarbij de op- en aanmerkingen van de ALV worden meegenomen. De heer C.L.M. Toxopeüs stelt voor dat het bestuur het mandaat krijgt en een conceptvoorstel maakt en dat concept later voorlegt aan de ALV. De voorzitter geeft aan dat er al een concept is dat aangevuld met de op- en aanmerkingen van de ALV in een eindtekst maken, die gaat naar de notaris en die leggen we u niet meer aan u voor. Wel kunt u daarvan een afschrift krijgen. Er volgt instemmend applaus. Mevrouw E.S. de Leur uit Amsterdam geeft aan het beter te vinden dat men de conceptstatuten schriftelijk krijgt omdat er ook juristen onder de leden zijn. Zij wil een tweede keer controle hebben, voordat de stukken naar de notaris gaan.

De voorzitter zegt daarop: ‘Ik weet niet of ik daar het gevoel van de vergadering in terug vind, want je krijgt dan een aparte vergadering waarin het over woordjes en komma’s gaat en dergelijke en dat wil ik liever niet.’ Mevrouw Van Leur is het hier niet mee eens en demonstreert haar ongenoegen. De heer C. Smit uit Voorschoten stelt voor met nog een aantal leden dat zinvolle opmerkingen heeft geplaatst naar de eindtekst te kijken. De voorzitter geeft aan dat dit juist de taak van het bestuur is. De voorzitter geeft opnieuw aan wat de lijn is van het bestuur. ‘Als ik van de vergadering toestemming krijg om de zaak opnieuw te formuleren, alles beluisterend naar wat u hier gezegd heeft, met die tekst naar de notaris ga en u een afschrift geef, kunt u daar mee akkoord gaan? U hebt de stukken gelezen zoals we ze voorbereid hebben. U hebt daar zinnige opmerkingen over gemaakt, waar we voor het grootste deel mee eens zijn en daarmee gaan we naar de notaris. Ik wil geen nieuwe vergadering over dit agendapunt.’

De heer A. Terphuis uit Den Haag bepleit de mogelijkheid dat leden die daar behoefte aan hebben de eindtekst kunnen lezen, los van de vraag of het bestuur mandaat krijgt voor de formele afronding van de statuten. De voorzitter gaat hiermee akkoord. Plotseling ontstaat een verhitte discussie in de zaal waardoor mensen elkaar niet laten uitpraten, door elkaar heen gaan roepen en de sfeer dreigt te verslechteren. Dan vraagt mevrouw J.A.M. van Noordwijk-van Deene uit Den Haag het woord: ‘Ik heb op het ogenblik het gevoel dat ik hier in een kleuterklas zit, waar de één de ander de baas wil zijn. Het is niet de vraag of ik een juridische opleiding heb en wel of niet iets mag zeggen. Ik heb hier altijd mogen uitspreken en kunnen zeggen wat ik wilde. Ik heb dan ook het volste vertrouwen in het bestuur dat zij deze zaken zullen regelen en natuurlijk is het heel goed, dat er opmerkingen van u allemaal bijgevoegd worden, wanneer dat nodig is. Maar ik hoop alstublieft niet dat we het bestuur het gevoel geven dat zij gecontroleerd moeten worden door enkele leden. Ik wil bij deze het bestuur het volle vertrouwen geven. Dank u wel.’ Er volgt applaus in de zaal.

De voorzitter zegt: ‘U kunt begrijpen dat ik het daar mee eens ben.’ Enkele leden geven aan mevrouw Van Noordwijk niet goed te hebben verstaan. Mevrouw Van Noordwijk: ‘Ik krijg hier nu de microfoon, maar ik weet eigenlijk niet wat ik er verder aan toe moet voegen aan wat ik zojuist gezegd heb. Ik heb gezegd dat ik me op dit moment hier niet thuis voelde wanneer er op een dergelijke manier gepraat wordt van “laat u mij uitpraten” en “‘we zitten hier met juristen en weet ik wat”. Ik heb gezegd of ik hier nu zelf als juriste zit of niet, ik heb het volste vertrouwen in het bestuur. Uw opmerkingen mag u rustig maken en die heeft u dan ook in voldoende mate gemaakt. Ik heb met drie oren zitten luisteren en ik vind dat wij hier nu mee moeten ophouden en dat wij nu na deze dingen gezegd te hebben het bestuur het volledige vertrouwen moeten geven. Dat heb ik gezegd. Dank u wel.’ Er volgt wederom luid applaus. De voorzitter vraagt de leden die het eens zijn met mevrouw Van Noordwijk hun handen op te steken. De heer Terphuis staat op en geeft aan een voorstel te hebben gedaan dat enkele leden naar dat nieuwe herschreven concept willen kijken. De voorzitter geeft aan dit al te hebben toegezegd, maar dat het bestuur beslist over de eindtekst van de statuten: ‘Wilt u dan uw handen opsteken als u het hier mee eens bent? Ik constateer dat u het er mee eens bent, zo zullen we het doen. Akkoord, dan gaan we nu even een pauze houden om te kalmeren.’

7. Samenstelling van het bestuur

Als gevolg van de uitspraak van de ALV van 25 november 2006 treden twee bestuursleden van de Vrienden toe tot het NLBB-bestuur. De voorzitter vraagt de leden toestemming voor de benoeming van de nieuwe bestuursleden: mr. H. Treure en mr. drs. A.N. Leeflang die door de ALV wordt verleend.

8. Gouden handjes

De dames T. Friethoff en A.M.L. Van Zwieten-Vismans krijgen voor hun inzet als vrijwilliger voor de bibliotheek de onderscheiding ‘Gouden handjes’ opgespeld door de voorzitter.

9. Symposium’Onbeperkt Lezen’

Na de pauze begint het symposium Onbeperkt Lezen waarin de technologische veranderingen in de nabije toekomst voor mensen met een leeshandicap in kaart worden gebracht. Het verslag van het symposium is weergegeven in het NLBB-Bulletin van november 2007.

10. Rondvraag en sluiting

Omdat de vergadering is uitgelopen, is er geen tijd meer voor de rondvraag en wordt de vergadering afgesloten.

Top